|
Op aarde hebben biologen ontdekt dat levensvormen veel sterker zijn dan de meeste wetenschappers dachten. Er werden micro-organismen
op aarde gevonden die gedijen in uiterst vijandige omgevingen. Diep in de oceanen, bijvoorbeeld, bij vulkaanmondingen die
we als “zwarte rookgebieden” kennen, leven bepaalde microben in een temperatuur hoger dan 110 graden Celsius – volgens sommige
wetenschappers misschien zelfs bij 170 graden Celsius – en planten zich daar voort. Andere bacteriën overleven in omstandigheden
met een zuurgraad die de huid van een mens zou verteren, terwijl nog weer andere zich thuis voelen in hete rotsen kilometers
onder de grond. Sommige verkiezen zelfs koude boven de hitte: Antarctische levensvormen kunnen het goed vinden in wat je een
‘permanente diepvriezer’ kunt noemen.
Ondertussen hebben ruimtesondes veel meer plaatsen ontdekt in ons Zonnestelsel waar deze extremofiele organismen – “liefhebbers
van het extreme” – comfortabel kunnen leven en voortplanten. De “ondergrondse rivieren” van Mars, als ze al bestaan, is één
van de veelbelovende mogelijkheden. Maar daarnaast zijn er tal van andere plaatsen. Bijna vijf keer zo ver van de zon als
onze aarde, in een baan rond de reuzenplaneet Jupiter, lijkt de maan Europa een vloeibare, zoute oceaan onder haar oppervlak
te verbergen – meer dan genoeg om leven in stand te houden. Met wat we nu weten over de sterkste levensvormen op aarde, is
er de kans dat microben zelfs in sommige kometen gedijen.
We zullen het nooit zeker weten, tenzij we erheen gaan en het zelf ontdekken. Er zal tijd voor nodig zijn om de hoge technologie te ontwikkelen die nodig is voor bemande ruimtevluchten op lange afstand.
Die vluchten zullen uiteraard krachtigere en efficiëntere raketten vragen, alsmede levensondersteunende systemen die het mogelijk
maken mensen op redelijk comfortabele wijze in leven te houden voor lange periodes buiten de Aarde. Maar al ver voordat de
mens voet zal zetten op planeten of asteroïden moeten we nog veel meer te weten komen wat ze er zouden kunnen aantreffen.
Wat zijn bijvoorbeeld de risico’s van straling? Wat zijn de gevaren – en de mogelijkheden – van vreemde (leef)omgevingen ver
weg in het Zonnestelsel?
Een verfijnd robottoestel is dus een vereiste voor de eerste stappen in de verdere verkenning van de ruimte, en wel een met
hoogtechnologische sensoren en uitstekende communicatiesystemen voor de lange afstand. Toch zijn mensen beter in het ontdekken
en verkennen dan welke robot dan ook, en we leren nog steeds bij over ruimtevluchten van lange duur – door het werk aan boord
van het ISS. Deze nieuwe kennis zal essentieel zijn als de tijd gekomen is, misschien binnen twintig of dertig jaar, om mannen
en vrouwen in staat te stellen de volgende stap te zetten in de verdere ontdekking en verkenning van de ruimte.
|