|
Op dit ogenblik is het ruimtestation ‘s werelds hoogste bouwterrein. Maar hoe bouw je nu iets dat zich boven de Aarde bevindt
en met een snelheid van ongeveer 28 000 km/u rondcirkelt? Het antwoord is: “heel voorzichtig” – en stukje bij beetje.
|
|
|
Astronauten tijdens een ruimtewandeling.
|
Wanneer
het voltooid is, zal het ruimtestation samen met zijn uitrusting ongeveer 455 ton wegen. De Amerikaanse Space Shuttle, die
het grootste deel van het vervoer van de Aarde naar de ruimte op zich neemt, kan ‘slechts’ 16 ton per keer naar de baan van
het ruimtestation lanceren. Zelfs de Russische Proton raket die in 1998 de eerste vracht voor het ISS leverde, kan ‘maar’
20 ton vervoeren. Het ruimtestation is dan ook opgebouwd uit verschillende delen, of modules, die in elkaar passen als een
legpuzzel.
Er zullen ongeveer 50 lanceringen nodig zijn om alle delen van het ruimtestation in positie te brengen – en uiteraard precies
in de juiste volgorde. Elk nieuw onderdeel moet immers passen in de stukken die reeds geïnstalleerd zijn. Elke module heeft
een soort koppelstuk dat ervoor moet zorgen dat de module precies in een andere module of in een verbindingsstuk past. In het begin werd het grootste deel van het werk gedaan door een robotarm die in de Space Shuttle was ingebouwd. Nu
heeft het ruimtestation zijn eigen robotarm, de “Canadarm2”. Dit is een grotere en technisch meer hoogstaande robotarm die enorm helpt.
|