|
Europese bijdragen
|
|
|
De ESA bijdragen aan het Internationaal Ruimtestation.
|
Sinds 1984 is Europa betrokken bij de ontwikkeling van het Internationaal Ruimtestation (ISS) programma toen de Verenigde
Staten van Amerika andere landen uitnodigden om deel te nemen aan de bouw van een permanent bemand ruimtestation. Europa’s
deelname wordt gecoördineerd door het Europese Ruimte Agentschap (European Space Agency, ESA), en tien van de 15 lidstaten
sloten zich aan bij het ISS programma: België, Denemarken, Duitsland, Frankrijk, Italië, Nederland, Noorwegen, Spanje, Zweden
en Zwitserland.
Er werd een overeenkomst tussen alle betrokken partners uitgewerkt. Het bevat alle benodigde details om het ruimtestation
te bouwen en te exploiteren. Zo zijn er bijvoorbeeld exacte standaardmaten nodig om te garanderen dat de onderdelen, die over
de hele wereld worden gebouwd, perfect passen wanneer ze in elkaar worden gezet – 400 km boven de Aarde.
|
|
|
Vrieskast van het ISS-lab (Minus Eighty degrees Laboratory Freezer for the ISS - MELFI)
|
Europa is als enige verantwoordelijk voor sommige belangrijke elementen van het ISS, bijvoorbeeld het Europese laboratorium Columbus en het Automatische Transport Voertuig (ATV). De andere voornaamste
Europese bijdragen zijn:
| • |
de Europese Robotarm |
| • |
de Cupola |
| • |
de Verbindingsstukken (de Nodes) |
| • |
het Data Management Systeem |
Naast deze belangrijke elementen leveren Europese wetenschappers en ingenieurs ook andere apparatuur die in het ruimtestation wordt gebruikt. Een voorbeeld hiervan is de ‘Microgravity Science Glovebox’ die ervoor zorgt dat
experimenten kunnen worden uitgevoerd in een volledig schone (steriele) omgeving. Deze glovebox werd in 2002 naar het ISS
gelanceerd en in het Amerikaanse Destiny laboratorium geplaatst. Een ander voorbeeld is de “diepvries” MELFI, die een koelcapaciteit zal verzorgen voor maximaal 80 kg aan stalen (of monsters) van experimenten. MELFI staat voor “Minus
Eighty degrees Laboratory Freezer for the ISS”.
|